|
De
titel boven deze pagina, “EUROPEES POLITIE PARCOURS” behoeft
enige nader uitleg. Begin jaren tachtig van het vorige millennium
werden er door diverse politieorganisaties in Nederland, België,
Duitsland, Engeland en Luxemburg schietwedstrijden gehouden onder de naam
“Sasia-parcours”. Raymond Sasia was, als inspecteur van de Parijse
politie, de eerste Europeaan die begin 60er jaren de schietopleiding aan
de academie van het Amerikaanse F.B.I. mocht volgen. Op 18 mei 1962
ontving hij, na zijn studie succesvol te hebben afgerond, uit handen van
John Edgar Hoover, het diploma. Terug in Frankrijk ontwikkelde Raymond
Sasia een schietopleiding voor de Parijse politie die was afgestemd op de
door hem in Amerika opgedane vaardigheden. Al gauw bleek deze methode zeer
succesvol te zijn en werd door vele politie-instanties in Europa verwerkt
in hun opleidingsprogramma. Het belangrijkste doel in deze opleiding is
dat de schutter in verschillende houdingen op diverse afstanden, met
gebruikmaking van natuurlijke dekkingsmogelijkheden een zo snel en
effectief mogelijk schot lost. De schutter leert in dit parcours met alle
mogelijke situaties om te gaan, zoals die zich in de dagelijkse
politiepraktijk onverwacht kunnen voordoen. Ook het mentale gedeelte
krijgt volop aandacht; het steeds voorbereid zijn op diverse situaties en
het snel reageren daarop wordt intens beoefend. Enkele jaren
na aanvang van de schietwedstrijden onder de noemer “Sasia-Parcours”
werd door verschillende organisaties van dergelijke evenementen de
vraag geopperd of er een internationale afstemming kon worden bereikt in
de uitvoering van het parcours. Het bleek dat er in diverse landen
geschoten werd op verschillende modellen schijven, terwijl ook de
afstanden en houdingen niet overeenkwamen. Dit voorstel vond
internationaal bijval en eind tachtiger jaren werd een bijeenkomst
gehouden waarop door de organisatoren een uniforme regeling werd
vastgesteld, waarin houdingen, schijven en regels werden omschreven. Ook
werd er een wedstrijdschema opgesteld, waaraan door honderden
politiemannen en vrouwen uit West-Europa werd deelgenomen. In 1992
besloten de diverse politieorganisaties er een “Europese Competitie”
van te maken en in 1993 konden de eerste Europese Kampioenen bekend
gemaakt worden. Ook is kort daarna de naam van het evenement
veranderd in “EUROPEES POLITIE PARCOURS” en is de puntenwaardering en
de uitvoering van de schijf aangepast. Ook is er een officieel
“EPP-reglement” opgesteld waaraan de bij de organisatie aangesloten
instanties zich dienen te houden. Eens per jaar wordt er een Algemene
Vergadering van EPP-organisatoren belegd waar allerhande zaken besproken
worden en de wedstrijd-kalender wordt vastgesteld. De lopende zaken worden
gedurende het jaar behandeld door het dagelijks bestuur dat door de
Algemene Vergadering gekozen is. TOETREDEN
ALS NIEUWE ORGANISATIE. Als organisator meedoen aan deze competitie vereist enige uitleg en enkele voorwaarden. In de eerste plaats dient de organisatie te voldoen aan de eis dat deze valt onder de noemer “wapendragende overheidsinstelling”, hier wordt bedoeld politie, leger, douane of een dergelijk instituut. In de praktijk kan het best zo zijn dat bijvoorbeeld de politieregio Amsterdam-Amstelland als organisator optreedt, doch de uitvoering en organisatie van de schietwedstrijd (mede) overlaat aan een in die regio gevestigde schietvereniging omdat zij zelf geen schietbaan beschikbaar hebben. Op de baan van die vereniging zou dan de wedstrijd gehouden kunnen worden. De schietbaan moet echter wel aan de eis voldoen, dat er op een afstand van minimaal 30 meter veilig geschoten kan worden, het liefst met meerdere schutters naast elkaar. Bovendien zal er door de organiserende instantie voldoende bekwaam en deskundig personeel beschikbaar moeten zijn tijdens de wedstrijd. Hier wordt bedoeld personeel dat optreedt als baancommandant, tijdwaarnemer, griffier, medewerker telbureau, inschrijf-bureau, scoreverwerker, jurylid, etc. Voorts zal elke organisatie aan de overkoepelende EPP-organisatie jaarlijks een financiële bijdrage voldoen die afhankelijk is van het aantal schutters op de betreffende wedstrijd, met een minimum van € 50,00. Voor elke schutter boven de 100 wordt € 0,50 extra betaald. Deze bijdrage is bestemd om de kosten te dragen voor o.a. de Jaarlijkse Algemene Vergadering; het eremetaal; de schietschijven; de onderscheidingen; het bijhouden van de website, etc. Als er een “nieuwe” organisatie toetreedt, wordt deze in de gelegenheid gesteld om een “proefwedstrijd” te organiseren. Deze wedstrijd telt (nog) niet mee in de competitie. Tijdens deze wedstrijd wordt er door ervaren schutters van collegae organisaties bekeken of er een volwaardige organisatie aan de competitie kan worden toegevoegd. Gekeken wordt naar allerlei technische en organisatorische zaken, maar vooral en nadrukkelijk wordt op het aspect veiligheid gelet. Op de eerstvolgende Algemene Vergadering wordt een unaniem besluit vereist tot toelating als organisatie; als er ook maar één organisator tegenstemt, wordt er géén toelating verleend! Wordt wél toelating verleend, dan wordt de nieuwe organisatie opgenomen in de wedstrijdkalender. De wedstrijden worden dan op het internet bekendgemaakt. De nieuwe organisatie verplicht zich de uitslagen van de wedstrijd op een door de EPP-organisatie beschikbaar te stellen Microsoft Excel bestand te verwerken en op de voorgeschreven wijze aan te leveren aan het Centraal Meldpunt EPP-uitslagen. Momenteel bestaat de EPP-organisatie uit een elftal instellingen die jaarlijks hun wedstrijden organiseren. Een door de Algemene Vergadering gekozen dagelijks bestuur behartigt de lopende zaken gedurende het jaar.
|
|||||||||||||||